Blog: Klaar om te sterven – na vijf gesprekken!

Door: Beate Giebner

Een man, eind 80, werd toen ik hem ontmoette palliatief genoemd maar heeft nu de terminale fase bereikt. Hij wilde ‘opgeruimd sterven’ zoals hij het noemde. Via het Centrum voor Levensvragen kwam ik met hem in contact. Hij wilde aan het eind van zijn leven nog eens praten, met een niet christelijk gebonden iemand. Want hij had ergens gelezen dat er soms nog dingen opgehelderd moesten worden voor het sterven en voelde zelf ook dat verlangen. 

Hij is protestants opgegroeid maar kon het niet meer zo vinden in de kerk. In zijn jeugd werden woorden uit de bijbel gebruikt zoals het goed uitkwam. Toch blijven er soms kerkliederen in zijn hoofd opkomen – als het moeilijk gaat: ‘Dan wèl – ook een beetje stom, hé?!’ We hebben het erover en over de inhoud van de liederen. Het verdriet om wat er niet (meer) is, de pijn over het tekortschieten, het verlangen dat schuld vergeven zou worden en het vertrouwen in het Goede.

Mij raakt zijn verlangen en de moeite om te geloven: spontaan, om te bemoedigen, zing ik voor hem het religieuze slaaplied wat mijn ouders in een moeilijke tijd met mij zongen. Ontroering, voor ons beiden, een cadeau.

Het opent steeds meer de weg naar het voorzichtig blootleggen van moeilijke stukken uit zijn levensverhaal. Dingen waarover hij nooit praat. Ik voel mijn belangstelling en nodig hem uit, onderzoek mee, hoe het was, wat hij dacht en voelde toen en wat nu. Gaandeweg raakt hij ontspannen. Het vertrouwen in zijn geleefd leven en het ongekende wat voor hem ligt neemt vorm aan.

Dan komt het eind van de vijf vergoede afspraken in zicht. Dit proces stoppen? Doorverwijzen? Geen denken aan! Wat dan wel? Dit is een dilemma waar geestelijk verzorgers vaker mee te maken krijgen.

Zou het zinvol zijn om – in de terminale zorg – gesprekken met geestelijk verzorgers te vergoeden tot aan het overlijden?